“Je moet beginnen met hardlopen, dat is leuk.”
Hoe vaak hoor je het jezelf of een ander zeggen?
En meestal volgt er een stellige ‘ja’ of ‘nee’. Want hardlopen, you either love it or hate it.
Of… leer je ervan te houden?
Geboren hardloper?
Laten we eerlijk zijn: die eerste kilometers zijn niet leuk.
Je hijgt.
Je zweet.
Je benen branden.
Je vraagt je af waarom je dit ook alweer een goed idee vond.
En dan roept iedereen: “Je moet goede schoenen kopen!”
Die kosten meteen een godsvermogen. Net als startbewijzen tegenwoordig.
En tóch staan er bij de Amsterdam Marathon zo’n 60.000 mensen aan de start.
Dan ga je bijna denken: misschien zijn we toch allemaal geboren hardlopers.
Of misschien hebben we gewoon tijd nodig.
Zoals koekjesdeeg.
De scholierenveldloop
Ik was een jaar of tien toen ik meedeed aan de scholierenveldloop. Mijn vader trainde voor de halve marathon van Amsterdam, dus ik wilde ook hardlopen.
Drie keer had ik ‘getraind’. Achter ons huis heen en weer. Meer niet.
Ik startte fanatiek. Liep de hele 1,2 kilometer op kop. Zag de winst al voor me.
Om twintig meter voor de finish compleet te verzuren en als vierde te eindigen.
Fanatisme? Check.
Inzicht en voorbereiding? Niet echt.
Dus nee. Hardlopen is niet halleluja-leuk als je begint.
Maar beginnen is wel het enige dat het leuk maakt.
Acht jaar later probeerde ik het opnieuw. Wederom op sneakers. Maar nu met een doel: een halve marathon.
En ergens onderweg gebeurde het.
Het werd leuk.
Niet ineens. Niet magisch.
Maar langzaam. Kilometer voor kilometer.
Het koekjesdeeg-effect
Sinds kort bakken we in het weekend koekjes met de kinderen.
Deeg maken is leuk. Het ziet er prachtig uit op de bakplaat.
Maar stop je het nog voor het bakken in je mond? Dan proef je geen koekje.
Het mist iets.
Tijd.
Warmte.
Geduld.
Na ongeveer twintig minuten in de oven gebeurt dat ‘iets’.
Bij mensen ook.
Rond de twintig minuten hardlopen gebeurt er ook iets.
Na het hijgen. Na het afzien.
Komt er ruimte.
En denk je: hé… misschien was dit toch niet zo erg.
En de volgende dag ga je weer.
En weer.
En weer.
Tot je ineens “even een half uurtje je hoofd leegmaakt”.
En een runnershigh hebt. Of hardloperskuiten.
En niet meer begrijpt waarom je dit ooit verschrikkelijk vond.
En dan hoor je jezelf tegen die goede vriend zeggen:
“Je moet beginnen met hardlopen, dat is leuk.”
Dus…
Bestaan er geboren hardlopers?
Of zijn we gewoon allemaal deeg dat nog even in de oven moet?
PS: Als je wilt beginnen met hardlopen, begin klein: hier lees je wat je écht nodig hebt.






Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.